Over anonieme meldingen van buitenaf en het dilemma van de vertrouwenspersoon

Soms komt een beschuldiging niet via de bekende route.
Geen student.
Geen medewerker.
Maar iemand van buitenaf.

Daar begon het te schuiven.
Noah voelde het meteen: dit is groot. Dit is urgent. Dit vraagt om zorg. Ergens in hem ging er een knop om: als wij dit nu niet oppakken, wie dan wel?
De reddersreflex.

Noah werkt als vertrouwenspersoon op een universiteit. Hij mailde me: “Marcel, ik zit met een casus waar ik met mijn collega’s niet uitkom.”

Een jonge vrouw had hem gebeld. Elma. Zij is niet verbonden aan de universiteit, maar ze vertelde dat ze seksueel is uitgebuit en gechanteerd door een student van de universiteit. De politie zou op de hoogte zijn, maar – zo zei Elma – er gebeurt nog niets. Slachtofferhulp had met haar meegedacht. En gaf haar het advies: “Geef dit signaal óók door bij de universiteit.”

Elma was namelijk bang dat andere jonge vrouwen hetzelfde zou kunnen overkomen.

Noah en zijn collega’s deden wat veel vertrouwenspersonen in zo’n moment doen: ze gingen intern ‘scannen’.
Zijn er eerdere meldingen? Is deze student al vaker genoemd?
Niets.

En dan komt de onvermijdelijke vraag: wat zijn onze scenario’s?
1. Niets doen.
2. De veiligheidscoördinator informeren.
3. Naar de directeur.

Alles voelde ongemakkelijk.

Reflex

Toen ik Noah belde, hoorde ik het meteen. Hij voelde twijfels en ook druk.
“Ze klonk zó bezorgd,” zei hij. “En eerlijk gezegd… dat ben ik ook.”
Ik vroeg hem: “Hoe begon het gesprek?”

Had hij uitgelegd wat de rol van de vertrouwenspersoon is?
Had hij ‘de kop’ van het opvanggesprek gedaan? Verwachtingsmanagement?
Er viel een stilte.
“Eigenlijk niet,” zei Noah. “We gingen meteen het verhaal in.”

De ‘kop van het gesprek’ was overgeslagen. Dat hoor ik vaker.
En dat gebeurt sneller dan je denkt. Het is je reflex. Je zit in een telefoongesprek, iemand is geëmotioneerd, jij wil er zijn, jij wil de melder serieus nemen. En voor je het weet ben je twintig minuten verder en heb je nog niets gezegd over je rol, je mandaat, je grenzen.

Het gevolg? Elma denkt nu dat Noah als vertrouwenspersoon de regie gaat nemen. Dat hij het “wel even” binnen de universiteit zou gaat oppakken en doorzetten.
Maar is dat wat je doet?

Natuurlijk moet je zo’n melding serieus nemen. Je moet luisteren. Ruimte geven. Erkennen hoe heftig dit is. Zeker als iemand belt vanuit de angst: “Als ik niets doe, komt er straks een volgend slachtoffer.”

En ja, die reflex is menselijk:
Je wilt ingrijpen.
Je wilt beschermen.
Je wilt voorkomen.

Op dat kruispunt moet je als vertrouwenspersoon jezelf een paar lastige vragen durven stellen.

Trend?

Is een telefonische melding voldoende om over te stappen naar je signalerende rol?
Is er sprake van een trend, of van één ernstige beschuldiging?
En wat doet deze beschuldiging met degene over wie het gaat?

Want laten we eerlijk zijn: dit kan iemands leven in één klap op zijn kop zetten. Een student, met colleges, stage, toekomst. En een verdenking die rondzingt, zonder dat er een zorgvuldig proces is gestart.

Toen ik Noah vroeg wat er precies was gebeurd tussen Elma en de student – laten we hem Boy noemen – bleef hij vaag.

Hij had niet doorgevraagd.
“Het voelde ongemakkelijk,” zei hij. “Zo privé… en seksueel… en zij was kwetsbaar.”

Natuurlijk snap ik dat.
Maar juist bij zware beschuldigingen is zorgvuldig doorvragen essentieel. Niet om aan waarheidsvinding te doen. Wel om te kunnen duiden wat er aan de hand is en wat dat betekent voor mogelijke vervolgstappen. Zowel voor je opvangrol als voor je signalerende rol heb je die duiding nodig.

Ik merkte dat bij mij de vragen zich opstapelden, bijna als een checklist die zich vanzelf aandient:

“Waarom doet de politie nog niets?
Wat heeft de politie tegen haar gezegd?
Is er bewijsmateriaal, zijn er berichten, screenshots, dreigingen?”

Noah wist het niet. Het gesprek was vooral blijven hangen in zorgen en opvolging
Begrijpelijk. Maar onvoldoende om nu grote stappen te zetten.

Bel haar

Ik zei tegen Noah:
“Bel haar terug. En begin dit keer wél met de kop. Leg uit wat jouw rol is. Wat je wel kunt betekenen en wat niet. Hoe vertrouwelijkheid werkt. En wat jij nodig hebt om zorgvuldig te kunnen handelen.”

Nodig haar uit voor een gesprek. Niet omdat je haar ‘moet zien’, maar omdat je recht wilt doen aan haar verhaal én aan de impact van een beschuldiging op een ander. Geef ruimte aan emoties, maar vraag ook door op de feiten. Niet om onderzoek te doen, wel om te kunnen duiden wat hier eigenlijk speelt.

En stel daarna pas de kernvraag “Wat wil je bereiken?”.
Als haar doel is om te voorkomen dat dit anderen overkomt, kun je samen de mogelijkheden verkennen.

Er zijn opties die passen binnen je rol. Bijvoorbeeld een gesprek met de directeur waarin Elma zelf haar verhaal deelt, eventueel met de vertrouwenspersoon ter ondersteuning. Dan blijft de regie bij haar. En de verantwoordelijkheid bij de organisatie.

Alles loopt anders

Noah probeert haar meerdere keren te bellen. Zij probeert hem ook nog terug te bellen. Het komt niet tot een gesprek
Dat voelt al veelzeggend.

Dan komt er een sms.
Ze ziet af van verdere contacten. Ze kiest ervoor om te werken aan haar eigen herstel.
De school weet het nu. “Het is aan jullie.”

En wat is dan nog jouw rol als vertrouwenspersoon?

Noah besluit niets verder te doen met deze casus.
Hij onthoudt de naam. Hij blijft alert. Maar hij zet geen stappen.

Dat is professioneel juist. De regie ligt bij de melder.
Maar toch bleef het bij mij knagen.

Wat als dit wél klopt?
Wat als er meer speelt?
Wat als je hier een kans laat liggen om preventief te handelen?

Dat zijn reële vragen.

Tegelijk weet je: een vertrouwenspersoon is geen rechercheur en geen directeur.
Je kunt pas signaleren als er meer is dan één anonieme melding.
Je kunt pas adviseren als je voldoende basis hebt.
En in deze casus ontbreekt die basis.

De kop en de staart

Noah schreef me later:
“Dank dat je me terugbracht naar de kop van het gesprek. Die les neem ik mee.”

Dat raakt zeker ook een kern. Want als je de kop overslaat, ontstaat er gemakkelijk een verwachting die je niet kunt waarmaken. Dan denkt iemand dat jij het wel gaat regelen. En voel jij misschien die druk ook extra.

Terug naar de kop betekent: je rol expliciet maken, je mandaat begrenzen en de regie terugleggen waar die hoort: bij de melder. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het vaak niet.

De casus bleef bij mij knagen, omdat de zorg om mogelijke andere slachtoffers reëel kan zijn. Zo kwam ik uiteindelijk op een ander spoor. Als je niet kunt handelen in een individuele casus, kun je misschien wél bijdragen aan bewustwording.

Ik stelde Noah voor om een column te schrijven in de ‘universiteitskrant’.
Over de vraag: Wat kan een vertrouwenspersoon eigenlijk met een anonieme melding?
Die column vind je onderaan deze pagina als uitklapper.

Hartelijke groet,
Marcel van Oss

Directeur/ trainer
VAN OSS & PARTNERS | OPLEIDING VERTROUWENSPERSOON
www.opleidingvertrouwenspersoon.nl 

Heb je vragen of feedback? Mail: marcel@trainingvanoss.nl

Door Noah, vertrouwenspersoon

Soms gaat de telefoon en begint iemand meteen te vertellen. Het verhaal zit hoog, de spanning is hoorbaar in de stem. Zo belde onlangs een jonge vrouw. Geen student, geen medewerker, maar iemand van buiten de universiteit. Ze vertelde dat ze iets had meegemaakt met iemand die verbonden is aan onze universiteit: grensoverschrijdend gedrag via sexting. Haar grootste zorg was: “Ik wil niet dat dit anderen ook overkomt.”

Daarom belde ze mij als vertrouwenspersoon. In haar beleving was het logisch: als zij het anoniem zou melden, dan zou de universiteit wel ingrijpen.
Maar zo werkt het niet.

Dilemma
De vertrouwenspersoon is er in de eerste plaats om mensen op te vangen, te begeleiden en mee te denken. Ik doe geen onderzoek, ik ben geen rechter en ik kan geen anonieme beschuldigingen doorzetten naar een directeur of opleiding. Daarvoor is een zorgvuldig proces nodig, waarin feiten worden besproken en waarin alle betrokkenen gehoord kunnen worden.

Zolang iemand anoniem wil blijven en geen vervolgstappen wil zetten, kan ik dus geen actie ondernemen richting een persoon. Dat kan wringen. Want wat als het verhaal waar is? Wat als er meer slachtoffers zijn? En wat als iemand echt gevaar loopt?

Dat is het morele dilemma van de vertrouwenspersoon. Je wilt dat mensen veilig zijn. Je wilt voorkomen dat iets nog een keer gebeurt. En tegelijk mag je niet iemand beschuldigen zonder zorgvuldig proces. Ook degene over wie het gaat, heeft recht op zorgvuldigheid en bescherming tegen ongefundeerde beschuldigingen.

Mijn rol
In zo’n gesprek probeer ik eerst duidelijk te maken wat mijn rol is. Wat ik wel kan doen en wat niet. Wat vertrouwelijkheid betekent. En vooral: dat de regie bij de melder ligt. We kijken samen naar wat iemand wil bereiken. Wil iemand het gedrag laten stoppen? Wil iemand erkenning? Wil iemand dat de organisatie iets verandert? Of wil iemand vooral het verhaal kwijt?

Pas als iemand daar helderheid over heeft, kunnen we samen kijken naar mogelijke vervolgstappen. Soms is een gesprek met de betrokken persoon een optie. Soms een melding bij de leiding. Soms een formele klacht. En soms kiest iemand ervoor om niets te doen, of eerst alleen te praten.

Signalerende rol
De vertrouwenspersoon heeft ook een signalerende rol, maar die is bedoeld voor patronen en trends. Als er meerdere meldingen binnenkomen over eenzelfde soort gedrag of situatie, kan er een niet-herleidbaar signaal worden afgegeven aan de organisatie. Dat is iets anders dan een individuele beschuldiging. Het gaat dan niet over één persoon, maar over een risico of een patroon dat aandacht vraagt.

In het telefoongesprek met deze jonge vrouw werd dat spanningsveld heel voelbaar. Zij wilde vooral voorkomen dat anderen hetzelfde zouden meemaken. Tegelijk wilde ze zelf geen vervolgstappen zetten en anoniem blijven. Dat is een keuze die ik respecteer. Maar het betekent ook dat mijn mogelijkheden beperkt zijn.

Deze situatie bracht mij tot een oproep aan studenten.

Als jou iets is overkomen, of je hebt iets gezien dat niet goed voelt, neem contact op met een vertrouwenspersoon. Dat kan vertrouwelijk en in jouw tempo. Je hoeft nog niet te weten wat je wilt doen. Je hoeft geen formele klacht in te dienen. Je hoeft niemand direct te beschuldigen. Het begint met een gesprek.

Wat kun je van een vertrouwenspersoon verwachten?
Een luisterend oor, zonder oordeel.
Uitleg over je mogelijkheden en de routes binnen de universiteit.
Begeleiding bij de stappen die jij eventueel wilt zetten.
En vooral: respect voor jouw tempo en jouw keuzes.

Sociale veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De universiteit kan alleen iets doen als signalen zichtbaar worden. Dat begint bij mensen die hun verhaal durven delen. Soms is één gesprek al een eerste stap naar duidelijkheid, herstel of verandering.

Twijfel je? Neem gerust contact op. Daar is de vertrouwenspersoon voor: om met je mee te denken, zonder oordeel en in jouw tempo.

Naschrift MvO: Wellicht kun jij deze column van Noah bewerken voor een eigen publicatie of heb jij een casus – in het verleden- die zich leent voor een column ten behoeve van je informerende rol.