Na mijn vorige column over Arco kreeg ik veel reacties van vertrouwenspersonen. Reacties van herkenning dat dit werk je kwetsbaar kan maken.
Intussen zijn we weken verder en zijn er nieuwe ontwikkelingen.
Het goede nieuws is dat de ondernemingsraad van één van de betrokken zorgorganisaties inmiddels de nietigheid heeft ingeroepen van het besluit om de samenwerking met Arco te beëindigen. De OR blijft staan voor diens positie, heeft een advocaat ingeschakeld en lijkt hiermee een principiële grens te trekken: een organisatie kan niet zomaar een vertrouwenspersoon aan de kant schuiven wanneer die lastige signalen zichtbaar maakt.
Op zichzelf is het natuurlijk niet positief dat hierover een juridisch conflict moet worden uitgevochten, maar het is wel prijzenswaardig dat hier een OR opstaat als serieuze ketenpartner in het bewaken van sociale veiligheid, zorgvuldigheid en goed bestuur. Dat verdient erkenning, ook vanuit het perspectief van vertrouwenspersonen.
Tegelijkertijd is er iets anders wat zorgen baart.
Arco onderzocht de mogelijkheid van een bejegeningsonderzoek via het Huis voor Klokkenluiders. De Wet bescherming klokkenluiders biedt sinds 2023 namelijk ook bescherming aan betrokken derden die een melder ondersteunen, waaronder vertrouwenspersonen.
Maar vervolgens blijkt dat die bescherming in de praktijk slechts beperkt doorwerkt.
Het Huis voor Klokkenluiders laat weten dat een vertrouwenspersoon als ‘betrokken derde’ wel beschermd is tegen benadeling, maar geen zelfstandig verzoek kan doen tot een bejegeningsonderzoek. Dat is alleen voorbehouden aan een melder.
Daar schrok ik van. Want wat betekent bescherming precies wanneer een vertrouwenspersoon die mogelijk benadeeld wordt vanwege diens ondersteuning aan een melder, vervolgens zelf geen directe toegang heeft tot het instrument dat juist bedoeld is om die benadeling te onderzoeken?
Sowieso geldt die wettelijke bescherming – evenals voor de melder- alleen wanneer sprake is van een maatschappelijke misstand in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders. Dus niet bij iedere melding of integriteitskwestie waarmee een vertrouwenspersoon in de praktijk te maken krijgt.
Dat roept vragen op. Zeker wanneer je beseft dat bijvoorbeeld OR-leden in Nederland een veel explicietere beschermde positie hebben dan vertrouwenspersonen. Terwijl ook vertrouwenspersonen regelmatig opereren in gevoelige krachtenvelden waarin belangen, reputaties en machtsverhoudingen meespelen.
Ik schrijf dit nadrukkelijk niet als verwijt richting het Huis voor Klokkenluiders. Integendeel, ik zie juist hoe belangrijk hun werk is en hoeveel impact een interventie vanuit het HvK inmiddels kan hebben. In deze casus lijkt het bestuur zich mede door de betrokkenheid van het HvK ineens veel serieuzer tot de situatie te moeten verhouden.
Maar misschien vraagt dit wél om een verdiepend gesprek.
Wat betekent bescherming van vertrouwenspersonen en andere betrokken derden in de praktijk? Hoe voorkomen we dat die bescherming op papier steviger voelt dan in de werkelijkheid? En wat hebben vertrouwenspersonen nodig wanneer zij onder druk komen te staan omdat zij melders ondersteunen of patronen signaleren?
Ik zou het waardevol vinden als het HvK, de LVV en andere betrokken partijen hierover gezamenlijk het gesprek voeren. Niet vanuit verwijt of juridisering, maar vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor een veilige meldcultuur.
Want uiteindelijk heeft niemand er belang bij dat vertrouwenspersonen leren dat ‘naast de melder staan’ en integriteitsschendingen signaleren risico’s oplevert.
Daar ligt óók een belangrijke rol voor de LVV om de positie van vertrouwenspersonen verder te verstevigen. Bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan over positionering, contracten, beëindiging van opdrachten en professionele rugdekking wanneer vertrouwenspersonen in complexe krachtenvelden terechtkomen.
Want Arco is niet de enige vertrouwenspersoon waarbij deze dynamieken zichtbaar worden.
Zolang een vertrouwenspersoon opvang biedt, lijkt er vaak weinig aan de hand. Maar zodra ondersteuning, signalering en advisering voelbaar worden, gaan belangen en machtsverhoudingen spelen en staan er snel reputaties op het spel. Op dat moment wordt de onafhankelijkheid van de vertrouwenspersoon op de proef gesteld.
Dat maakt ook duidelijk hoe belangrijk het is om te investeren in een stevig fundament van samenwerking met leidinggevenden én in goede voorlichting, niet alleen richting medewerkers, maar juist ook richting leidinggevenden, HR, bestuurders en toezichthouders.
Daarnaast is het verstandig dat vertrouwenspersonen en organisaties vooraf heldere werkafspraken maken over positionering, vertrouwelijkheid, verwachtingen, bescherming tegen benadeling en beëindiging van opdrachten. Juist wanneer het spannend wordt, blijkt hoe stevig dat fundament werkelijk is.
In mijn column ‘Onze leidinggevenden kennen hun rol niet’ schreef ik al dat veel schade ontstaat door handelingsverlegenheid. Door leidinggevenden die onvoldoende toegerust zijn om signalen zorgvuldig op te pakken, verantwoordelijkheid te nemen en rolzuiver samen te werken met vertrouwenspersonen.
Ook in de situatie van Arco zie je hoe groot de gevolgen kunnen worden wanneer dat fundament onvoldoende stevig is. Dan ontstaan verwarring, spanning en escalatie. Dan wordt de vertrouwenspersoon ineens gezien als lastig, te kritisch of onvoldoende ‘organisatiesensitief’, terwijl die in werkelijkheid juist invulling probeert te geven aan diens vak.
Hier ligt onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Voor organisaties betekent dit: niet alleen mooie woorden over integriteit en sociale veiligheid, maar ook bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen zodra het ingewikkeld, gevoelig of confronterend wordt. Voor leidinggevenden betekent dit dat zij zich beter toerusten op hun rol.
Voor vertrouwenspersonen: dat zij aan de voorkant veel explicieter gesprekken voeren over rol, positie, samenwerking en verwachtingen.
Voor OR: dat zij op momenten dat dat wenselijk en nodig is een belangrijke beschermende en corrigerende rol spelen wanneer sociale veiligheid onder druk komt te staan.
En voor ons als opleiders, de LVV, het Huis voor Klokkenluiders en andere ketenpartners betekent dit: actief bijdragen aan deskundigheid, rolzuiverheid, reflectie en aan betere bescherming van vertrouwenspersonen wanneer zij onder druk komen te staan.
Want een organisatie die wel een vertrouwenspersoon wil, maar geen ruimte en bescherming biedt aan signalering, wil uiteindelijk vooral rust en geen integriteit en sociale veiligheid.
Hartelijke groet,
Marcel van Oss
Directeur/ trainer
VAN OSS & PARTNERS | OPLEIDING VERTROUWENSPERSOON
www.opleidingvertrouwenspersoon.nl
Heb je vragen of feedback? Mail: marcel@trainingvanoss.nl