Wat betekent het nieuwe LVV-visiedocument ‘Begeleiding beschuldigden’ voor jou?

De LVV en het Huis voor Klokkenluiders hebben een visiedocument gepubliceerd over de begeleiding van beschuldigden. Dat document roept in het werkveld begrijpelijkerwijs vragen op.

Wat betekent dit voor jou als vertrouwenspersoon?
Wat betekent dit voor jou als Begeleider Beschuldigde?
En wat betekent dit voor organisaties die zorgvuldig willen handelen bij meldingen, beschuldigingen en spanningen rond sociale veiligheid en integriteit?

Deze toelichting is in de eerste plaats geschreven voor vertrouwenspersonen die willen weten hoe zij het visiedocument in de praktijk moeten lezen. Daarnaast geeft de tekst houvast aan begeleiders beschuldigden en organisaties die hun beleid en ondersteuning zorgvuldig willen inrichten.

De opbouw is als volgt. Eerst staan we stil bij wat dit betekent voor de vertrouwenspersoon. Daarna kijken we wanneer doorverwijzing naar passende andere expertise in beeld komt. Vervolgens werken we uit wat dit betekent voor de Begeleider Beschuldigde. Tot slot benoemen we wat organisaties hiermee kunnen doen.

Vanuit Van Oss & Partners willen wij daar helder, zorgvuldig en praktisch duiding aan geven.

De belangrijkste boodschap vooraf

De LVV blokkeert de Begeleider Beschuldigde niet. Het visiedocument bevestigt dat doorverwijzing naar passende andere expertise tot de professionele mogelijkheden van de vertrouwenspersoon behoort wanneer de ondersteuningsvraag diens rol, mandaat of deskundigheid overstijgt.

Juist binnen die ruimte kan de Begeleider Beschuldigde een passende, rolzuivere en de-escalerende route zijn. In het gesprek met de LVV is aan ons bevestigd dat de in het visiedocument genoemde voorbeelden van doorverwijzing niet limitatief zijn. Onder ‘andere expertise’ kan dus ook een Begeleider Beschuldigde worden verstaan.

Voor vertrouwenspersonen betekent dit dat zij niet alles zelf hoeven te dragen. Voor begeleiders beschuldigden betekent dit dat hun functie relevant blijft binnen het bredere veld van sociale veiligheid en integriteit. Voor organisaties betekent dit dat zij kunnen blijven kiezen voor passende ondersteuning voor alle betrokkenen.

Afhankelijk van de situatie kan passende expertise bijvoorbeeld worden gevonden bij een Begeleider Beschuldigde, jurist, advocaat, psycholoog, coach, externe vertrouwenspersoon of andere deskundige.

Wat betekent dit voor jou als vertrouwenspersoon?

De vertrouwenspersoon kan eerste opvang bieden aan iemand die zich meldt en mogelijk later beschuldigde blijkt te zijn. Bij aanvang van een gesprek is immers niet altijd direct duidelijk met welke vraag iemand komt en welke positie iemand in een situatie inneemt.

In die eerste opvang kan de vertrouwenspersoon luisteren, rust brengen, de vraag verhelderen, informeren over mogelijkheden en samen met de betrokkene verkennen wat nodig is. Dat past bij de laagdrempelige, vertrouwelijke en ondersteunende functie van de vertrouwenspersoon.

Daarbij blijft één uitgangspunt essentieel: één vertrouwenspersoon begeleidt nooit melder en beschuldigde in dezelfde casus. Het kan gebeuren dat je daardoor wordt overvallen, bijvoorbeeld wanneer zowel de melder als de beschuldigde zich tot jou wenden. Juist dan is rolzuiverheid van groot belang.

Na het eerste opvanggesprek moet je als vertrouwenspersoon zorgvuldig toetsen of verdere begeleiding nog past binnen:

  • het functieprofiel van de vertrouwenspersoon;
  • het mandaat dat je binnen de organisatie hebt;
  • je eigen deskundigheid en toerusting;
  • de aard en complexiteit van de ondersteuningsvraag.

Wanneer de begeleiding van de beschuldigde meer vraagt dan opvang en ondersteuning, ligt doorverwijzing naar passende expertise voor de hand.

Waar begint het verschil in visie?

Deze kernvraag ontstaat na de eerste opvang.

Zodra duidelijk wordt dat iemand ondersteuning zoekt als beschuldigde, kan de ondersteuningsvraag wezenlijk veranderen. Dan gaat het vaak niet meer alleen om luisteren, opvang en opties verkennen en helpen een passende keuze te maken. Er kunnen vragen ontstaan rond schaamte, defensieve reacties, reputatieschade, teamonrust, proceszorgvuldigheid, hoor en wederhoor, proportionaliteit, juridische zorgen, herstel en de-escalatie.

Dan staat de volgende vraag centraal:
Past verdere begeleiding nog binnen het functieprofiel, het mandaat en de deskundigheid van jou als vertrouwenspersoon?

De rolzuiverheid van de vertrouwenspersoon verdient te worden beschermd.

Wanneer een vertrouwenspersoon structureel beschuldigden gaat begeleiden, ontstaat het risico dat deze buiten het eigen mandaat wordt getrokken. Ook kan het gebeuren dat de beschuldigde niet de begeleiding krijgt die in die situatie nodig is.

Drie mogelijkheden

Wanneer je als vertrouwenspersoon merkt dat de ondersteuningsvraag van een beschuldigde de grenzen van jouw functieprofiel nadert of overstijgt, zijn er in de praktijk drie mogelijkheden:

  1. Je blijft binnen het functieprofiel van de vertrouwenspersoon. Je biedt dan alleen die ondersteuning die past bij jouw rol: opvang, luisteren, informeren, opties verkennen, ondersteunen bij het maken van eigen keuzes en begeleiden. Je bent je er daarbij van bewust dat je niet gaat spiegelen, niet gaat interveniëren richting de organisatie en geen adviserende rol richting de organisatie op je neemt over de aanpak van de casus. Als vertrouwenspersoon opereer je immers vanuit je functieprofiel niet gelijktijdig in de opvangrol en in de adviserende rol richting de organisatie.
  2. Je treedt buiten het kader van het functieprofiel om toch de ondersteuning te bieden die volgens jou nodig is. Dat brengt risico’s met zich mee. Voor jezelf, voor de beschuldigde, voor de melder en voor de organisatie. De rol van vertrouwenspersoon kan daardoor onduidelijk worden en het vertrouwen in de functie kan onder druk komen te staan.
  3. Je verwijst door naar passende andere expertise. Dat kan, afhankelijk van de situatie, bijvoorbeeld een Begeleider Beschuldigde, jurist, advocaat, psycholoog, coach of externe vertrouwenspersoon zijn.

Onze voorkeur gaat uit naar de derde route wanneer de vraag de rol, het mandaat, de toerusting of de deskundigheid van de vertrouwenspersoon overstijgt. Niet omdat de vertrouwenspersoon tekortschiet, maar omdat rolzuiverheid juist bescherming biedt.

Onze visie op de Begeleider Beschuldigde

De Begeleider Beschuldigde staat niet tegenover de vertrouwenspersoon, maar naast de vertrouwenspersoon. De rol kan juist helpen om de functie van vertrouwenspersoon rolzuiver te houden.

Sociale veiligheid vraagt niet om één functionaris die alles moet dragen. Sociale veiligheid vraagt om heldere rollen, passende deskundigheid, eerlijke processen en menselijke zorgvuldigheid.

De vertrouwenspersoon blijft daarin een onmisbare essentiële functie vervullen. Juist daarom moet de rolzuiverheid van die functie beschermd blijven.

Tegelijk vraagt de praktijk soms om aanvullende deskundigheid naast de vertrouwenspersoon. Niet om verantwoordelijkheden af te schuiven, maar om zorgvuldiger te kunnen handelen wanneer situaties vragen om een ander mandaat.

Wat betekent dit concreet?

Voor vertrouwenspersonen betekent dit:

  • blijf eerste opvang bieden waar dat passend is;
  • blijf binnen je functieprofiel;
  • begeleid nooit melder en beschuldigde in dezelfde casus;
  • wees alert op rolvervaging;
  • toets tijdig of de ondersteuningsvraag van een beschuldigde jouw rol, mandaat of deskundigheid overstijgt;
  • verwijs zorgvuldig door wanneer andere expertise nodig is.

 

Voor begeleiders beschuldigden betekent dit:

  • de functie blijft relevant en van toegevoegde waarde;
  • doorverwijzing naar een Begeleider Beschuldigde wordt door de LVV niet geblokkeerd;
  • de rol vraagt professionele begrenzing, deskundigheid en zorgvuldigheid;
  • de Begeleider Beschuldigde is een aanvullende route binnen het bredere veld van sociale veiligheid en integriteit;
  • de rol kan bijdragen aan reflectie, verantwoordelijkheid nemen, procesbewustzijn, zorgplicht, proportionaliteit en de-escalatie.

 

Voor organisaties betekent dit:

  • vervul je zorgplicht naar alle betrokkenen;
  • zorg dat in beleid duidelijk is wie welke rol heeft;
  • verwacht niet dat de vertrouwenspersoon alles opvangt, begeleidt, duidt en oplost;
  • zorg voor passende ondersteuning voor melders én beschuldigden;
  • borg hoor en wederhoor, proportionaliteit en zorgvuldige communicatie;
  • voorkom dat onduidelijke rollen leiden tot escalatie, wantrouwen of onnodige juridisering.

Tot slot

Wij blijven staan voor onze visie: de vertrouwenspersoon heeft een essentiële, laagdrempelige en vertrouwelijke rol. Die rol moet niet worden opgerekt tot een functie waarin ook structurele begeleiding van beschuldigden, procesbegeleiding en tegelijkertijd de-escalerende interventies richting de organisatie worden verwacht.

Wanneer de ondersteuningsvraag van een beschuldigde de rol van de vertrouwenspersoon overstijgt, kan doorverwijzing naar passende expertise nodig zijn. Dat kan bij uitstek ook een Begeleider Beschuldigde zijn.

Sociale veiligheid is niet alleen de afwezigheid van grensoverschrijdend gedrag. Het is ook de aanwezigheid van duidelijke rollen, eerlijke processen, passende begeleiding en zorgvuldigheid voor alle betrokkenen.

Laten we recht doen aan beide functies: hun waarde, hun grenzen en hun eigen professionele complexiteit.

Hartelijke groet,
Marcel van Oss

Directeur/ trainer
VAN OSS & PARTNERS | OPLEIDING VERTROUWENSPERSOON
www.opleidingvertrouwenspersoon.nl 

Heb je vragen of feedback? Mail: marcel@trainingvanoss.nl